Benauwd

Posted on
-20 graden in Canada blijkt lang niet zo koud als -12 in Nederland. Het probleem van Nederland is dat het er altijd vochtig is, en vochtige kou kruipt in je botten. Maar hier valt het allemaal wel mee. Ik ben natuurlijk wel goed voorbereid: jas, houthakkers blouse, dubbele sokken, skibroek en een dikke sjaal, maar je zweet je scheel na een kwartiertje lopen en je vraagt je af waarom je al die lagen aangetrokken had.
Hoewel de liefde voor Smith, Alberta, na de zomer wel een tikje was bekoeld, ben ik meer dan gelukkig dat ik terug ben om hier de winter mee te maken.
En het is nogal wat: sneeuw, ijs, sporen van konijnen, coyotes, wolven en herten, groepen van zwarte raven in het veld, jagers, geslachte koeien, ezels in stro. Ik bak taarten, brood, help met koken en schoonmaken, en nadat ik dit heb gedaan maak ik een wandeling van 5 kilometer door de sneeuw, ga ik schaatsen, met de slee van een heuvel of, zoals vandaag, achterop op de sneeuwscooter (met 110km per uur, jawel!). En hoe dichterbij de dag komt dat ik terug mag naar Nederland, hoe angstiger en benauwder ik word.
Toen ik naar Canada ging was ik voornamelijk bang voor het onbekende: wie ontmoet ik? Wat voor baan vind ik? Hoe werkt de wereld in een ander land? Red ik mezelf wel? Maar nu het einde nadert van mijn verblijf van bijna 9 maanden, word ik bang van alles wat ik al weet. Hoezeer ik er ook naar uit kijk om mijn familie, vrienden, en huisdieren weer te zien en te knuffelen, blijk ik toch bang voor sleur, voor die druilerige dagen op de fiets, van weinig ruimte delen met veel mensen, van gebruik maken van de metro, voor die eindeloze dates met mannen die niet weten wat ze willen.
Maar ik heb mijn besluit genomen: ik ga terug naar huis. Er zal veel moeten gebeuren om dit te veranderen. Ik geef mijzelf een half jaar om te acclimatiseren, en als dit niet meer lukt, dan ga ik terug naar Canada. Klinkt als een goede deal. Alles om dat stemmetje in mijn hoofd de mond te snoeren.


“Keep your eyes wide open”

Posted on
Closing your eyes isn’t going to change anything.
Nothing’s going to disappear just because you can’t see what’s going on.
In fact, things will even be worse the next time you open your eyes.
That’s the kind of world we live in.
Keep your eyes wide open. Only a coward closes his eyes.
Closing your eyes and plugging up your ears won’t make time stand still.
 
– From: Kafka on the Shore. By: Haruki Murakami
 
Gapend druk ik mijn voorhoofd tegen de koude ruit: de enige manier om iets anders te zien dan mijn eigen gezicht weerspiegeld in een grote zwarte vlakte. Het is 05:11, en ik maak een busreis door Canada, of beter gezegd, door zuidelijk Canada. Ik zou stoer kunnen zeggen dat ik dit hele land van West naar Oost, en weer terug naar West heb doorkruist. Maar de werkelijkheid is wel dat ik nog geen kwart van dit land heb gezien: het grootste deel van Canada ligt boven de grenzen van de ‘bewoonde’ provincies, en dit is niet voor niets: provincies als The Yukon en Northern Territories zijn dun bevolkt, het grootste deel van het jaar behoorlijk koud, en onherbergzaam. De bewoners zijn er de mijnwerkers, stoere mensen die werken in de olie-industrie, First Nation volkeren als de Inuit, maar ook IJsberen, Sneeuwhazen, en Beluga’s. De gebruikelijke vervoersmiddelen zijn Ski-doos en hondensledes. Dit alles heb ik niet gezien, en wil dan ook nog een keer terug naar Canada in de zomer om de toendra’s te bekijken en misschien ijsberen op de foto te zetten.
Maar ik rijd dus in een Greyhound bus relatief dicht bij de grens van de VS, over een weg waarvan ik vermoed dat het de Trans-Canada Highway betreft. De bestemming is Edmonton, en we vertrokken vanuit Toronto, dit was dinsdag, en nu is het officieel al vrijdag. De nacht van woensdag op donderdag overnachtte ik in Winnipeg om slaap in te halen (wat onmogelijk bleek door een spiraalmatras en een onophoudelijk tintelende linkerhand) en om het Museum of Manitoba te bezoeken (beste attractie in Winnipeg). Na een rit door Ontario (prachtige meren met daaruit oprijzende heuvels – met vlakke toppen – , over wegen tussen muren van rots, vlaktes van riet, moeras, en dennenbos, goudgekleurd door de ondergaande herfstzon) met bijbehorende gevaren (eerste plaatselijke sneeuwstorm, ijzel, overstekend wild als hertjes, en een bijna aanrijding met een eland – extra gevaarlijk omdat ze ontzettend groot en donker zijn, en geen weerspiegelende ogen hebben zoals andere dieren, en je dus pas door hebt dat er een eland op de weg staat als je er al bijna tegenaan zit) komen we nu door Manitoba en Saskatchewan.
Deze provincies zijn andere koek: als je dacht dat Nederland plat was, dan ben je hier nog nooit geweest. Ook zo zonder straatverlichting, en duidelijk zonder bewoonbaar gebied in de buurt, kun je wel raden dat dit landschap niet voor niets de prairies worden genoemd: als ik mijn neus tegen de ruit duw en het zwarte gat in tuur, valt het me op dat de sterren hier vlak aan de horizon staan: omhoog kijken is helemaal niet nodig. In heel Canada maakt men dezelfde grap waarin wordt geclaimd dat je in Saskatchewan je vrouw/hond/schoonmoeder van je weg ziet vluchten…voor op zijn minst drie dagen.
Deze busreis was de beste vervoerskeuze die ik had kunnen maken: behalve dat het goedkoop is, is het ook een goede manier om de zuidelijke provincies van Canada te zien. Je slaapt misschien een beetje beroerd, maar het uitzicht is prachtig, de mensen in de bus zijn heel vriendelijk, en het is heel ontspannend (behalve het verhaal dat we van een tandenloze –maar nog steeds charmante- oudere medereiziger hoorde toen we in Winnipeg ons stonden te verbazen over de beveiliging op het busstation: blijkbaar was er, in een Greyhound vanuit Winnipeg, ooit iemand onthoofd door een medereiziger…smakelijk verhaal).
Hoe mooi ik het ook vind dat ik de mogelijkheid heb om hier te zijn, ik heb toch door mijn rondreis, mijn bezoek aan musea, en door gesprekken met mijn reisgenootje en anderen een vreemd soort conclusie moeten trekken: de Europeanen hadden hier nooit moeten komen. Of hadden gewoon weer weg moeten gaan. De Natives in Noord Amerika hadden alles behoorlijk onder controle voordat de blanke man hier kwam om te handelen in bevervellen, en om te vissen. Bijvoorbeeld: doordat de Europeanen de Natives naar de prairies stuurden, weg van de vruchtbare grond, en ze zo dwongen op bizons te jagen, verminderde het aantal bizons zodanig dat van kuddes van tienduizenden dieren er uiteindelijk zo weinig overbleven dat ze zo goed als uitgestorven waren. De Natives stierven massaal door de alcohol of door de pokken, werden in reservaten gepropt en worden tot de dag van vandaag gediscrimineerd, wonen nog steeds in settlements, en hebben economisch gezien een stuk minder kansen dan de blanken.
Het is natuurlijk een wereldwijd fenomeen: de geschiedenis en de bloei van Europa zijn nu eenmaal verbonden met het overnemen en exploiteren van andere continenten en hun inwoners. Maar ik denk dat dit niet iets is uit de geschiedenis; het gebeurt nog steeds, alleen wijzen we nu allemaal voornamelijk naar Noord Amerika. In onze ogen draait het in Amerika allemaal om geld, olie, en macht: Canada wil overal pijpleidingen aanleggen voor olie, de VS voerde oorlog op strategische plaatsen, en is de oppermacht van de wereld. We zuchten, schudden ons hoofd naar de televisie, en wijzen met onze vingers naar hoe het daar allemaal maar draait om macht en geld, maar we vergeten dat de VS en Canada nog relatief jonge landen zijn, en dat de Europeanen die landen hebben gemaakt tot wat ze nu zijn. En ik ben bang dat wat wij nu als de hebzucht van Noord Amerika bestempelen, eigenlijk van oorsprong heel erg Europees is. De mensen die nu in Noord Amerika de touwtjes in handen hebben, zijn verre familieleden van de Europeanen die dit continent zo radicaal hebben veranderd toen ze in 1620 in Plymouth, Massachusetts aankwamen met de Mayflower.
Helaas is de wereld, in tegenstelling tot wat we denken, nog helemaal niet zo erg veranderd. Mensen worden uitgebuit, werken onder erbarmelijke omstandigheden ergens in de wereld voor een groot bedrijf in de VS of West Europa. Dieren worden als producten gefokt, getransporteerd, geslacht, en verkocht alsof het om levenloze objecten gaat. Waar men zich vroeger zorgen maakte over een spoorweg door de velden, maakt men zich nu zorgen door een pijpleiding voor olie door de achtertuin. We bejubelen inmiddels allemaal dat de slavernij in 1863/1965 werd afgeschaft, maar we maken ons niet druk over de chocola die we eten, de koffiebonen die we kopen, de kleding die we dragen, of de kinderprostitutie aan de andere kant van de wereld. We willen allemaal benzine in onze auto, maar een olielek in een BP-boot is natuurlijk schandalig! We willen allemaal minder CO2, maar even nagaan of je appels uit Nederland komen of uit Chili, vinden we teveel moeite. Dat er vroeger hondenvlees op de markt werd verkocht in Amsterdam vinden we barbaars, maar we willen niet naar filmpjes kijken over hoe koeien worden geslacht, en als we naar de Albert Heijn gaan kopen we wel goedkope biefstuk in de winkel.
Eerlijk gezegd vind ik het niet echt prettig om publiekelijk te verkondigen hoe we het verkeerd doen met zijn allen, of dat ik vind dat we wel wat bewuster kunnen consumeren aangezien we het best goed hebben ondanks onze economische crisissen. Maar het stoort me steeds vaker dat we denken dat alle narigheid vroeger gebeurde, of aan anderen ligt, terwijl wijzelf de consumenten zijn en dus eisen kunnen stellen aan hoe producten worden geproduceerd, en hoeveel. Als tijdens de slavernij niemand suiker had gewild, waren er ook geen suikerplantages geweest waar de slaven op hadden hoeven werken, als iedereen liever zonder vilten hoed had rondgelopen, dan was er niet zoveel economisch belang geweest in het handelen van bevervellen. Als er minder economische winst te behalen viel uit dit continent waren er misschien nog wel kuddes bizons geweest, hadden de Natives hier geen alcohol problemen of moeite op de arbeidsmarkt. En waarschijnlijk was ik hier dan ook niet geweest vandaag de dag.
Inmiddels weet ik niet meer of we nog in Saskatchewan zijn, of al in Alberta. Ik weet wel dat ook hier sneeuw ligt, en dat we over ongeveer 4 uur in Edmonton aankomen. Mijn busreis van 4 dagen zit er bijna op… nooit geweten dat je in een bus zo fanatiek kon typen!

Mijmeren in Ottawa

Posted on
“Ambition should be to rule ourselves, the true kingdom for each one of us;
and true progress is to know more, and be more, and to do more.” – Oscar Wilde
De ochtendzon schijnt door het grote raam van het hostel in Ottawa: niet het soort zon dat opwarmt, maar een die bevestigt dat de winter onderweg is. De schaduw van een struik voor het raam lijkt een waarschuwing: haal die sjaal en wanten maar tevoorschijn, want het is ijzig koud. Later vandaag stap ik naar buiten: jas aan, sjaal om, wanten aan, tissues bij de hand – want ik ben natuurlijk snotverkouden- en muts op: Ottawa is een kleine stad, dus de toerist uit hangen zou niet al te lang hoeven duren. Maar voor nu zit ik goed hier, in mijn stapelbed…laptop op mijn schoot, boek, keelsnoepjes en tissues om me heen, muziek in mijn oren. Sinds mijn besluit om eerder naar huis te komen van mijn reis is mijn hoofd een stuk opgeruimder. Ik geniet meer van momenten hier, ben kalmer, kijk vooruit naar het aankomen op het vliegveld en het zien van mijn ouders en mijn broertje. Ik kijk uit naar mijn reis van Toronto naar Edmonton met de bus, ik kijk uit naar het weerzien van Vancouver, en het pakken van de skytrain naar het vliegveld. Ik kijk uit naar het vinden van een baan in Nederland, de eerste keer dat ik weer op een fiets stap, de eerste keer dat ik weer met mijn moeder of stiefvader de honden uit ga laten, dat paniekmoment wanneer ik mijn moeders auto leen, de eerste keer dat ik weer met de trein aankom op Amsterdam Centraal. Het bakken van mijn eerste taart na Canada, met mijn eigen bakspullen uit mijn eigen bakblik met dat roodborstje op de deksel.
Het stelt niets voor, dat weet ik. Het is uitkijken naar momenten die niet relevant zijn wanneer je oud bent en op je sterfbed ligt; insignificant wanneer je iemands levensverhaal zou moeten navertellen. Maar de waarheid is dat ik nooit iemand ben geweest voor grootse plannen, voor grote avonturen, voor grote veranderingen en lange termijn projecten. Mijn gelukkigste momenten beleefde ik met vrienden in de kroeg, tijdens wandelingen met de honden, of terug naar huis op de fiets, kijkend naar de ondergaande zon; het onderweg zijn in de trein door Canada, blikken gedeeld met studiegenoten, vrienden, leraren, of mensen die ik net heb leren kennen, het lezen van een gedicht in een bibliotheek, het horen van een liedje dat precies overeenkomt met mijn gemoedstoestand. Ik heb nooit gestreefd naar bepaalde baan, of een bepaald salaris, een bepaald aanzien, of een specifieke hoeveelheid vrienden die mijn onzekerheid over mijn sociale vaardigheden eens weg zouden kunnen nemen. Ooit ben ik beschuldigd van gebrek aan ambitie: met een goede opleiding, een leuk hoofd, en een goed werkend lichaam kan ik alles worden wat ik wil, als ik maar mijn best doe en overal wat harder tegenaan zou beuken.
Maar al dat gebeuk is niet aan mij besteed, ik wil heus mijn uiterste best wel doen, maar dan wel voor zaken die ik belangrijk vind. Natuurlijk wil ik een leuke, uitdagende, goed betaalde baan waarin ik ruimte heb om mijzelf ‘te ontplooien’, maar als ik daar slapeloze nachten, stress om cijfertjes, en een rsi-arm van krijg, dan toch liever niet. Ik weet dat een werkweek van 40 uur de norm is, maar wat als ik liever 32 uur werk en in mijn vrije tijd taarten wil bakken, cursussen wil volgen en wil schrijven? Klinkt dat niet een stuk aantrekkelijker dan 40 (of meer) uur per week werken, om de dag naar de sportschool, en in het weekend zuipen in de kroeg?
Al die snelheid, die constante behoefte van mensen om hogerop te komen; ik snap het heel goed, maar ik ben liever de tegenhanger: ik wil een huisje, een tuin of een balkon met planten, een hond, een bed met een dekbedovertrek met bloemenprint, en een fiets met een mandje. Ik wil taarten bakken en mooie spullen in mijn huis. Ik wil leren hoe ik mijn eigen kleding kan maken, ik wil een eigen groententuin, ik wil zwemmen, fietsen, en thee drinken met vriendinnen. Wanneer ik naar mijn werk ga, wil ik kleurige kleding aan kunnen doen, ik wil taart en koekjes mee kunnen nemen, en ik wil kunnen zien wanneer iemand zich een dag niet zo goed voelt zodat ik er misschien iets aan kan doen. Ik wil een bibliotheekpas en artikelen lezen over de boeken die ik koop. Ik wil kritisch zijn en weten wat er gaande is op aarde, en niet mijn hoofd in het zand steken. Boven alles wil ik schrijven, ik weet nog niet wat, of hoe, maar dat maakt niet uit.
Het zijn niet de grote lijnen in mijn leven die maken wie ik ben, maar al die kleine details waar ik mijn geluk uit haal. Alle grootse plannen laat ik liever over aan anderen: zij die meer dingen tegelijk kunnen, die het de moeite waard vinden om ’s nachts door te werken, zij die beter kunnen bluffen, harder kunnen praten, en graag aan anderen willen laten zien wat ze kunnen en weten. Ik weet heel goed wat ik wel en niet kan, wat ik wel en niet weet, maar heb nooit de behoefte gevoeld om te concurreren of er de aandacht op te vestigen. Dit is waarschijnlijk de reden waarom ik nooit rijk of beroemd zal worden, of een hoge functie binnen een bedrijf zal hebben, en misschien dat ik zo mensen teleur stel. Wie weet verander ik ooit nog een keer…
Voor nu ben ik in ieder geval blij dat ik weet waar ik voor wil werken. En natuurlijk weet ik heus wel dat, als ik naar huis kom, het moeilijk zal zijn om niet meegesleurd te worden in het leven van alledag: dat gestress in de metro, lekke banden, druilerig weer, afwijzingen voor banen, het betalen van je zorgpremie, huur, en dergelijke. De eeuwige vraag die door het hoofd spookt: “Wat wil je worden als je later groot bent?”.
Maar voor ik vertrok was ik al aardig op weg, en ik weet inmiddels: ik heb alle tijd van de wereld, hoef me aan niemand te meten, en alles loopt vanzelf wel los.
Goed, genoeg gezever over de toekomst. Het is nu tijd om de Canadese herfst-kou te trotseren en Ottawa te gaan verkennen. Waar is mijn sjaal?

cheershaveagreatnight:
(by boylescaleb)