Zwart/wit kopie (Nemerov)

Posted on
Vanmorgen stond ik om 7 uur naast mijn bed om een guest lecture van Alexander Nemerov te kunnen bijwonen die later die ochtend in de bibliotheek van de UVA zou plaatsvinden. Deze guest lecture was onderdeel van een conferentie genaamd “Poetry and the Unpoetic” die was georganiseerd door één van mijn favoriete docenten en een UVA-collega van hem. Het was een erg leuke lecture: Alexander Nemerov vertelde hoe de poëzie van zijn vader, Howard Nemerov was beïnvloed door de kunst van zijn tante (en dus Howards zus), Diane Arbus.
Alexander Nemerov is een geweldige verteller en het was dan ook alles behalve saai. Maar er zat mij toch iets dwars. Zowel tijdens het inleidende praatje van mijn professor, als in de presentatie van Alexander zelf, werd er poëzie voorgedragen; heel leuk en aardig natuurlijk, want we waren tenslotte op een poëzieconferentie…maar de voordrachten van de heren waren stuk voor stuk intens monotoon. Dit was niet de eerste keer dat me dit opviel: het lijkt, onder de mensen die professioneel met poëzie bezig zijn, soms wel een wedstrijd om wie het meest traag en intonatieloos een gedicht kan voordragen.
Nu begrijp ik heus wel dat je een gedicht niet in een normaal spreektempo kunt opratelen, en zeker niet wanneer men het gedicht niet voor zich heeft: de kans is dan namelijk groot dat het publiek belangrijke zin- en woordconstructies mist en glazig uit de ogen gaat kijken. Maar wat is er zo erg aan het gebruik van enige intonatie? Ik merk bijvoorbeeld dat het 30 keer langer duurt voordat de betekenis van een woord zich in mijn brein nestelt wanneer deze, als in een boodschappenlijst, op eentonige wijze wordt uitgesproken, dan wanneer hetzelfde woord in een lekker lopend riedeltje wordt gepresenteerd. Verder klinkt het ook gewoon veel mooier wanneer tekst op een menselijke manier wordt voorgelezen.
Natuurlijk bestaat er het gevaar dat je door het kiezen van een specifieke intonatie betekenis legt in woorden waar de dichter helemaal geen nadruk op wilde leggen, maar ik ben van mening dat dit risico maar genomen moet worden.
Poëzie is van oorsprong een orale kunstvorm en ergens in de afgelopen 6 jaar als literatuurstudente ben ik erachter gekomen dat je pas snapt hoe briljant een gedicht is wanneer je hem hardop voor jezelf voorleest. Het is zo zonde dat poëzie de reputatie heeft saai te zijn en dat weinig (jonge) mensen zich realiseren wat een gedicht te bieden kan hebben. Het lijkt me hierom dus wel zo leuk om te redden wat er te redden valt, en af te stappen van de (blijkbaar aanwezige) traditie om poëzie zonder enige intonatie voor te dragen.
Het fijne van kunst is dat je er uit kunt halen wat jou als individu het meeste aanspreekt, en ik denk dat dit gekoesterd en uitgedragen mag worden. Als dit, met betrekking tot poëzie, betekent dat de kans bestaat dat we de intenties van de dichter verkeerd interpreteren, dan is dat maar zo, maar een gedicht voordragen zonder intonatie is naar mijn idee zoiets als een zwart/wit kopie ophangen van een schilderij van Monet: Je kunt wel zien dat het knap gemaakt is, maar de daadwerkelijke schoonheid ervan wordt je onthouden.
  “Because You Asked about the Line between Prose and Poetry”
By Howard Nemerov
 
Sparrows were feeding in a freezing drizzle
That while you watched turned into pieces of snow
Riding a gradient invisible
From silver aslant to random, white, and slow.
 
There came a moment that you couldn’t tell.
And then they clearly flew instead of fell.

Love the post-it

Posted on
Found a letter of reference from the professor in my pigeonhole today…written for the whole studying  in Canada-thing. Loved the post-it that came with it: love my professor’s handwriting and I definitely love that he knows how much I appreciate such letters!