Making a difference-feest

Posted on

Omdat iedereen wel eens een verschil wil maken in de wereld, ging ik gisterenavond naar het “Making a Difference” feest; een avondvullend programma in de aula van de VU. De avond werd op de flyer als volgt beschreven:

Sprankelend feestprogramma met cabaret door Raoul Heertje en Hassan’s Angels, interviews met excellente allochtone ambassadeurs en een debat over een mogelijk kabinet Wilders I. Onder leiding van Prem Radhakishun.

Het sprak natuurlijk al voor zich, maar de hele avond stond in het teken van integratie. Niet alle Marokkanen zijn crimineel, niet-westerse allochtonen hebben vaak al een achterstand door hun uiterlijk waardoor ze harder moeten werken om hetzelfde te bereiken als een autochtoon, en Wilders is een blaaskaak zonder inhoud. Het is allemaal al uitvoerig besproken in de media. De excellente allochtone ambassadeurs die kwamen praten, waren van de ECHO Foundation, en waren eerdere winnaars van een ECHO Award:

ECHO Award
Jaarlijks reikt ECHO de ECHO Award uit aan twee zich onderscheidende studenten uit het hoger onderwijs (een hbo-student en een wo-student). Hiermee richt ECHO de schijnwerpers op studenten van allochtone herkomst die zich onderscheiden door bovenmatige studieprestaties en maatschappelijke betrokkenheid.

Hele slimme allochtonen dus. Er zaten ook heel veel slimme allochtonen in de zaal; minstens de helft van het publiek viel onder de noemer niet- westerse allochtoon.

Begrijp me niet verkeerd; ik vond het een leuke en informatieve avond, maar tijdens het gesprek over de ECHO Awards begon er toch iets te kriebelen. Aan de ene kant begrijp ik dat een ECHO Award een stimulans kan zijn voor allochtone jongeren om het beste in zichzelf naar boven te halen; om hard te werken en succesvol te worden. En dat vind ik goed initiatief. Maar  aan de andere kant hoorde ik, wat integratie betreft, pas aan het einde van de avond een geluid (van Raoul Heertje) waar ik op zat te wachten: “We zijn allemaal Nederlanders: je hebt alleen klootzakken, en niet-klootzakken”.

Wat ik niet zo goed begrijp, is dat er gedacht wordt dat gelijkheid voor iedereen behaald wordt door  verschillen tussen mensen te benadrukken. Om integratie te bevorderen zijn er welzijnsverenigingen, clubhuizen en avonden, zoals deze, opgezet om een groep te onderscheiden van een andere groep. Allochtoon tegenover de autochtoon, de Surinaamse gemeenschap tegenover de Marokkaanse gemeenschap, Hindoestaan tegenover de Moslims.

Ik denk dat, wanneer het streven “gelijkheid voor iedereen” is, het onverstandig is om verschillen tussen mensen te benadrukken: je moet op zoek gaan naar overeenkomsten. En daarom had ik zo’n moeite met het idee van een ECHO Award: als een stimulans is het prima, maar het is wel weer een manier om onderscheid te maken: en dit lijkt me juist wat men wil vermijden: onderscheid.

Constant wordt er gepraat over de positie van de allochtoon in de Nederlandse maatschappij; constant wordt er op gehamerd dat veel criminelen van Marokkaanse afkomst zijn, en constant wordt er gezegd dat er allochtonen zijn die het wèl goed doen. Maar misschien helpt het wanneer we daar gewoon  mee ophouden: iedereen dient zich te houden aan dezelfde regels, en iedereen krijgt straf wanneer men zich misdraagt; er worden geen kritiekloze praatavonden meer georganiseerd over de positie van allochtonen, en geen overheidssubsidie meer gegeven voor instanties/clubhuizen/welzijnsorganisaties voor mensen met een bepaalde etnische achtergrond; niet voor allochtonen, en niet voor autochtonen.
Denk nu niet dat ik de individuele wensen van de mens hier de grond in probeer te boren. Het is goed dat zaken als religie en etnische achtergrond mensen verbindt. Maar ik vind dat de overheid, het bedrijfsleven, universiteiten en dergelijke zich daar niet teveel mee moeten bemoeien.  Mochten mensen echt staan te springen om een clubhuis of welzijnsorganisatie, dan moeten ze sponsors zoeken, of zelf geld bij elkaar leggen. Het lijkt me in ieder geval onverstandig om dit geld via de overheid binnen te halen.

Misschien was voor mij het probleem van het “Making a Difference” feest, dat er niemand uitgenodigd was die openlijk kritiek leverde op het leggen van de nadruk op verschillen, waardoor het een soort avond werd ter ophemeling van de allochtoon in de moeilijke Nederlandse maatschappij. Dit moet natuurlijk niet gebagatelliseerd worden, maar zal waarschijnlijk ook niet veranderen wanneer het woord “Difference” niet vervangen wordt door “Change”.


Curly in de keuken

Posted on
Timing is nooit mijn sterkste punt geweest. Dat is dan ook één van de redenen waarom ik niet van koken houd; me bezighouden met 4 verschillende kookprocessen in een krappe ruimte is gewoon niet aan mij besteed. Ik ben ook te lui om alles in stukjes te gaan snijden en apart te moeten bereiden.
Maar wegens aanhoudend vitamine tekort zal ik er toch aan moeten geloven: binnenkort sta ook ik, met het zweet op mijn voorhoofd en een Delftsblauw keukenschort om, een maaltje met alle mogelijke vitaminebronnen in elkaar te bouwen. Ik zie er nu al tegenop.
Bakken is wel iets wat ik graag doe; iets waarin ik mijn ontspanning zoek, zelfs. (Helaas zoek ik ook vaak de ontspanning in het eten van mijn geproduceerde baksels, wat dan uiteindelijk weer zorgt voor stress, waardoor ik weer wil bakken…Ik zie een patroon). Koken bezórgt mij zelfs stress; het idee dat ik een hele groep mensen te eten zou moeten geven doet mij het angstzweet uitbreken.
Wanneer ik naar een kookprogramma zit te kijken (wat bijna nooit voorkomt), verbaas ik me vaak over het geduld dat de koks kunnen opbrengen voor de bereiding van het gerecht. Ook kijk ik, met een opkomend wee gevoel in mijn maagstreek, hoe deze koks zich met een soort moederlijke liefde over hun stronkje broccoli of hun lamsboutje buigen om te kijken of deze wel gaar, mals, of sappig genoeg is.
Dan is er ook nog zoiets verbazingwekkends als het kokjargon. Magere stukjes vlees, of opgepimpte broodkorsten worden zonder pardon “op een bedje van” één of andere obscure groente gedrapeerd. En als klap op de vuurpijl wordt er bij het hoofdgerecht altijd een frisse salade geserveerd. Deze combinatie van bijvoeglijk- en zelfstandig naamwoord: “frisse salade” ontneemt mij echt alle eetlust…ook wanneer één van mijn vrienden deze woorden in de mond durven te nemen.
Zijn niet alle salades fris? Of is dat een vraag die alleen een ware leek kan stellen? Ik heb in ieder geval nog nooit van een zware, dikke, dampende salade gehoord!
Nee, doe mij maar dat Bourgondische eten: niet teveel gepriegel en gedoe. Al dat getreuzel en gepiel werkt mijns inziens niet eetlustopwekkend. Ik wil 3 keer per dag eten, en goed ook…en het liefst met mijn handen uit de pan. Ik wil grote hapklare brokken die ik kan herkennen, allemaal tegelijk in een pan of (oven)schaal; geen toefjes van dit, of snufjes van dat: maar the real deal! Daar krijg ik honger van!
Inmiddels heb ik wat recepten gezocht en ben tot een compromis gekomen met de kok in mijzelf; binnenkort ben ik waarschijnlijk een stoofpot-, groentetaart-, en ovenschotelgoeroe. Misschien niet zo chique, maar wel lekker en gemakkelijk!

’s Nachts in Heiloo

Posted on
Het is bijna 00:00 uur.
Ik lig hier in Heiloo, eenzaam en alleen. Ja; Suzie schoffelt wat rond in haar hokje, en Ranka de hond ligt beneden.
Maar een week lang ben ik hier dus in mijn eentje, zonder mensen (op wat bezoek na), want mijn lieftallige moeder en stiefvader zijn naar Engeland.
Overdag is het hier oersaai; het winkelcentrum hier ken ik inmiddels wel, en wandelen met Ranka zit er ook niet echt meer in, aangezien je deze oude taart bijna vooruit moet dúwen wanneer je haar uitlaat.
’s Nachts vind ik het hier akelig. Dit is namelijk niet mijn huis: ik ben er niet opgegroeid, ken de geluiden niet, en heb geen eigen slaapkamer. En het is zo verschrikkelijk stil ’s nachts!
Iedere avond doe ik panisch alle deuren op slot, en ook de deur van de kamer waar ik slaap. Ik ga liggen in het (te harde) logeerbed die eigenlijk iets te kort is en luister gespannen naar alle piepjes en kraakjes die langskomen:
“Loopt Ranka nou rond?!” “Hoor ik daar een deur slaan?” “Is er iemand in huis?” “Hoorde ik daar iemand over het grindpad in de tuin lopen?” “Zijn dat muizen, of spookt het hier?”
Voordat ik eenmaal durf in te slapen zijn we zo 1.5uur verder. En dat is niet bevordelijk voor mijn nachtrust.
Eigenlijk wil ik zo graag iemand bellen om te praten over ditjes en datjes. Maar diegene die ik wil bellen slaapt waarschijnlijk al, en mijn moeder ga ik niet storen met praatjes over gekke geluiden in het huis terwijl zij romantisch in een Bed & Breakfast ligt.
Nu ik hier zo lig realiseer ik me pas hoe fijn het is om huisgenoten te hebben; of om gewoon met iemand ‘samen te wonen’. Het is zoveel gezelliger, voelt zoveel veiliger: je hoeft tenslotte niet steeds zo panisch overal naar te luisteren en op je hoede te zijn.
Dat wordt nog wat, deze week. Misschien ontwikkel ik wel een vreemde angststoornis! Misschien verander ik wel in een kluizenaar met een baard..of trek ik opeens alle katten van de buurt aan. Misschien word ik wel heel eenzaam en depressief! Of bang voor anderen.
Nou, goed..ik zal me niet teveel mee laten slepen door mijn eigen hersenspinsels. Morgen ga ik maar eens wat mensen bellen. Nu is het tijd om te slapen.
Mijn hemel, wat is het hier stil…