What about The Happiness of Pursuit by Chris Guillebeau?

Posted on

When turning the last page of Guillebeau’s Happiness of Pursuit  you almost start wondering how you’ve managed to stay this happy with your comparatively uneventful life. Your one-year trip to a foreign country after graduating from college isn’t worth mentioning anymore, on the contrary: it’s embarrassing you decided to come back at all.

This sudden awareness of one’s unadventurous lifestyle and the hidden discontent that lots of readers probably have (why else would you start reading this book?) might be exactly what the book is aiming at.
In his book, Guillebeau asks the reader a couple of questions: is there something you feel unhappy about or which bothers you and which keeps lingering in the back of your mind? Do you have a great – but slightly crazy –  plan that keeps asking for attention while you are desperately trying to live a ‘normal’ life? Are you really aware that one day you won’t be here anymore? Is there anything you feel deeply passionate about and you want to give it the attention you think it deserves, even when others won’t understand and won’t give their support?
If you have answered ‘yes’ to any of these questions, chances are there’s a seed for a Quest planted somewhere inside of you, and it is trying to grow and turn into a beautiful flower (or a shrub, or – with any luck- a giant sequoia).

Guillebeau’s Quest was to travel all countries in the world (he succeeded) and afterwards he decided to find and interview like-minded people who had Quests of their own. The Quests aren’t all about travelling the world: we read about Hannah who decides to move to Israel and hike the National Trail, or about Phoebe Snetsinger who set the world record for the most sighted birds, but also about Julie, who decides to train her own guide dog after learning she will gradually become blind, or A.J. Jacobs who read the entire Encyclopedia Britannica in one year. The described Quests fall into different categories such as ‘Exploration’, ‘Athletic’, Self-discovery’, ‘Documentation’, ‘Academic’ and many others. By discussing so many different Quests (although all of them meet certain requirements) the doors are opened for the insecure reader who feels the urge to change his or her life, but has no clue on where to start.

One of the tips given in this book is making lists: start with a ‘bucket list’: a list of things to do before you die. Start writing and see what comes up. After picking a quest (or a task – to start off small), start calculating the costs and start listing the steps you’ll have to take to make the Quest a success.

“Why go through all this effort while I can sit on the couch and watch Netflix for the umpth-time?”, you might wonder.
Maybe this book is not entirely about having a Quest, but about shaking you up a little. For some (author included), the necessity to see life as it is (a once in a lifetime-experience, pretty painful and awesome at the same time, and definitely not something to let wither away) and doing something with that insight, is much more important than avoiding risks and being moderately content all the time. Having goals, quests and/or adventures to tick off your list show you – quite literally – that you are not taking this life for granted.

As Guillebeau explains to us: some of life’s struggles become more bearable when there is a sense of purpose. We tend to work harder when we feel passionate about something, we tend to feel more useful when we have something to work for, en we become more grateful, more confident and feel more alive when we work to achieve something and see that this hard work pays off – whether financially or emotionally. For those who feel the urge to change their life a little or a lot, The Happiness of Pursuit definitely puts you in the right state of mind to begin.

Inspired by Kristen Goldberg – who created a life list (things to do while alive) when she was sixteen and is still ticking off the boxes on that list- your author has made a list as well.  Enjoy.

 

Travel:

  • Travel through the Southern States of America (preferably by Greyhound) for at least a month.
  • Go on a World Cruise (on a big ship, please).
  • Sail the Orinoco.
  • Be a passenger on a Mississippi River Boat.
  • Go on one big trip with my parents.
  • See whales.
  • See a white shark from a cage.
  • Go to the Storytelling Festival on Cape Clear Island once more.
  • Visit an old sanatorium.

Courses:

  • Do a course on phytotherapy.
  • Learn Portuguese.
  • Course on speed reading.
  • Course to eliminate the fear of flying.
  • Course on Southern Gothic Literature.
  • Learn to bake at least one spectacular and delicious vegan cake.

Physically:

  • Run for 10 kilometres (I know, it’s nothing).
  • Become so good at yoga that I can stand on my head (maybe a course in India?)
  • Start eating vegan for at least one month.

Other:

  • Start writing more often and more regularly, focus on essays. Write an essay every two months and get at least one published during my lifetime.
  • Make traditional corn bread in a skillet (buy a skillet).
  • Volunteer in an animal shelter.
  • Live in a climate neutral house.
  • Have my own vegetable garden in my own garden.
  • Pay off my debt before May 2019.
  • Raise and have my own dachshund and go on adventures with her (boyfriend and kids allowed  on the adventures as well)
  • Hatch quail eggs and keep the quail as pets.

 

 

 




Voor Dag & Dauw

Posted on

Het was windstil, de dauw lag op het water, langzaam begonnen de vogels aan de dag. Samen met negentien onbekenden startte ik de zondag op een fluisterboot op het Naardermeer. Mijn reisgenoten droegen grote camera’s mee om dit mooie meer in het ochtendgloren vast te leggen. Ondergetekende was bewapend met een verrekijker en een mobiele telefoon die goed in staat is sfeerimpressies te produceren.
Later brak de zon door; de waterlelies sprongen open, de libellen en juffertjes werden wakker en het kroost van de meerkoeten vroegen in een mix van piepen en krijsen vanaf een lelieblad om meer, meer, meer eten.

Om half vijf ging de wekker en er was nogal wat twijfel of ik wel moest gaan. Want dan moest ik alleen naar Naarden rijden, en ik raak zo snel verdwaald. En alleen in vreemd gezelschap, en soms ben ik daar zo onnozel in. Maar ervaring leert dat onzekerheid een zeer slechte raadgever is en daarbij: wat is er nu troostrijker dan de gedachte: “Je kunt altijd nog terug”?
Je gaat namelijk nooit terug; je gaat minimaal tot halverwege, en mocht je halverwege hebben gered zonder al teveel kleerscheuren, dan peíns je er niet over om om te keren, want je bent nu al op de helft. 

Dus ja: ik vertrok te laat, reed verkeerd bij Muiden door een – voor het navigatiesysteem onbekende- wijziging van het wegennet, maar kwam (wonder boven wonder) een halve minuut voor vertrek aan. De gids en zijn vrouw stonden open voor een praatje, dus zo onnozel kwam ik niet over, en in de uren daarna zag ik aalscholvernesten (en rook aalscholverpoep), sprong ik op trilveen, dronk ik watermunt-thee, zag ik talloze jagende visdiefjes, twee purperreigers, en kwam ik erachter dat we Natuurmonumenten mogen bedanken dat het Naardermeer niet is veranderd in een vuilnisbelt voor Amsterdam.

En terwijl het fluisterbootje tikkend over het meer schreed, de zon op mijn gezicht scheen, en ik luisterde naar de vogels, het water, en het geroezemoes van mijn bootgenoten, sloot ik mijn ogen en werd ik wakker.

 

 


Verkoolde toast – of: “the weight of kitchen things”

Posted on

Het werd toast, want het brood was oud-achtig. De eitjes had ik door hem laten kloppen omdat ik de klop-skill niet onder de knie heb: na 3 slagen had ik al kramp in mijn pols. Kaasschaven ging net goed; er is tenslotte altijd weer een redelijke kans op een slagaderlijke bloeding.

Maar ik raakte afgeleid door iets onbenulligs – een ronddartelend schaap of een liedje dat ik op moest zetten, het drinken van koffie, ik weet niet wat – en opeens was het brood verkoold, de omelet plakte aan de bodem van de pan en in een poging iets te redden viel mijn creatie tenslotte compleet uit elkaar.
“Wat is er in vredesnaam mis met me!? Ik kan niet eens een ei bakken!”, schreeuwde ik van binnen tegen mezelf terwijl ik het raam snel open gooide om te voorkomen dat het brandalarm af zou gaan (iets dat me minstens twee keer per maand overkomt).

En het bakken van een ei is niet het enige probleem: pannenkoeken bakken, spaghettisaus maken, op meer dan twee pitten tegelijk koken; het gaat me niet bepaald gemakkelijk af. Eigenlijk alle gerechten en opwarm-dingetjes die langer dan 3 minuten aandacht nodig hebben zijn gedoemd te mislukken.

Dit is allemaal niet erg: want samosa’s, salades, groentencurry en mango chutney kan ik wel maken.
Maar een goed ontbijt kunnen verzorgen – voor jezelf, of voor anderen-  is een dankbare vaardigheid die ik zó graag onder de knie zou willen hebben. Een goed ontbijt onthoud je namelijk nog jaren na het verorberen ervan; het ontbijt in het hotel in Londen, muffins met bosbessen, een kaaspannenkoek op zondag, in Montreal die wafels met rood fruit en koffie, de boekweitpannenkoeken met zelfgemaakte jam bij een gezin in Canada; watertandend denk ik eraan terug.

Daarbij brengt een gezamenlijk ontbijt een soort sereniteit in de dag: het geluid van klinkende kopjes en de koffie die wordt ingeschonken, geuren van warm brood en boter, de schilletjes van de eitjes in het dopje, zachtjes de radio op de achtergrond. De dag is nog niet begonnen, er is geen echte haast, en de wereld is nog klein.

Ondanks die verkoolde toast en aangekoekte omelet bleek die wereld gelukkig nog steeds klein en kalm: er was koffie, de vogeltjes floten buiten in de zon, en er werd gelezen in bed. Hulde aan ochtenden als deze, hulde aan goed gelukte koffie, en hulde aan onderstaand gedicht door Enda Wyley.

Poems for Breakfast

Another morning shaking us.

The young potted willow

is creased with thirst,

the cat is its purring roots.

Under our chipped window

the frail orange flowers grow.

Now the garden gate clicks.

Now footsteps on the path.

Letters fall like weather reports.

Our dog barks, his collar clinks,

he scrambles, and we follow,

stumble over Catullus, MacUser,

Ancient Greek for Beginners,

cold half-finished mugs of tea,

last week’s clothes at the bed’s edge.

Then the old stairs begin to creak.

 

And there are the poems for breakfast –

favourites left out on the long glass table

by one to the other the night before.

We take turns to place them there

bent open with the pepper pot,

marmalade jar, a sugar bowl –

the weight of kitchen things.

Secret gifts to wake up with,

rhythms to last the whole day long,

surprises that met the cat, the dog,

these days that we wake together in –

our door forever opening.